Volg ons op Twitter, en blijf op de hoogte van het laatste zorgnieuws.
Kleinschalig wonenWat weet jij?
Tekst Annet Maseland
Zeg nou zelf. Hoe zou jij je oude dag het liefst doorbrengen? In een verpleeghuis oude stijl met vaste toiletrondes en douchebeurten, waar je nul privacy hebt en waar je eigen voorkeuren raken ondergesneeuwd? Of in een huis aan een straat met een eigen voordeur, met een gezellige huiskamer, met zes huisgenoten, met elk een eigen kamer en eigen leefgewoonten?
Natuurlijk kies je voor het laatste. Deze truc wordt dan ook met succes ingezet om medewerkers te motiveren bij de overgang naar kleinschalig wonen.
De kans dat je als verzorgende óók voor zo'n verandering komt te staan, groeit met de dag. Sinds het Haarlemse Anton Pieckhofje als eerste dementerenden uit het verpleeghuis haalde om ze in kleine groepen te laten wonen, zijn er bijna honderd van dergelijke projecten. Bewoners leven er een zo normaal en huiselijk mogelijk leven. Ze krijgen begeleiding om zelf te doen wat ze nog kunnen.
Als je op het aantal congressen, cursussen en publicaties afgaat, is het verpleeghuis oude stijl geen lang leven meer beschoren. Eind oktober staat zelfs geheel in het teken van de nieuwe ontwikkelingen tijdens de actieweek Kleinschalig zorg, met congressen en studiemiddagen.
Over de voordelen van het kleinschalig wonen zijn de deskundigen het eens. Bewoners zijn rustiger, lopen minder weg en eten, drinken en slapen beter. Daardoor zijn ze fitter en beter gehumeurd. Het medicijngebruik daalt en er is minder zorg nodig.
De droom is dus duidelijk. Maar, zo luidt het bekende spreekwoord, tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. De wetten hebben namen als Haccp en BOPZ. Haccp stelt eisen aan veiligheid en hygiëne. De wet BOPZ geeft duidelijkheid wanneer je een bewoner mag fixeren. En die wetten zijn er natuurlijk niet voor niets. Ze geven een garantie van veiligheid en kwaliteit. Beland je bij kleinschalig wonen niet in een onduidelijk schemergebied?
En hoe zit het met de praktische bezwaren, de omschakeling naar een andere manier van werken bijvoorbeeld? Behalve dat er muren worden gesloopt, moet er ook een mentaliteit om, benadrukken de voortrekkers van het kleinschalig wonen. Het is géén mini-verpleeghuis, maar een totaal andere kijk op zorg. Voor de verzorgende betekent dat een totaal andere manier van werken.
‘Laten we het niet te ingewikkeld maken', zegt Aad de Kool, locatiemanager van het Rotterdamse Geriatrisch Centrum Breede Vliet. Middenin een woonwijk staan in de Bahreinstraat zes groepswoningen voor dementerenden. De Kool is vanaf het begin, dertien jaar geleden, bij het proces betrokken geweest. ‘Voor elke verpleeghuisregel moet je een vertaalslag maken', beaamt De Kool. ‘Maar in de praktijk is daar goed uit te komen. Dan krijg je een paar huisregels zoals dat vaatdoekjes elke dag in de was gaan. We koken gezond en gevarieerd. Maar in grote lijnen komt het er toch op neer hoe je zelf thuis verantwoord een huishouden runt. Binnen die kaders kan alles: huisdieren mogen bijvoorbeeld mee.'
Wat lastiger is de omschakeling voor verzorgenden, heeft De Kool gemerkt. ‘Dat is echt wennen. Dan zit je in de huiskamer en zegt een bewoner: zal ik nog een kopje koffie inschenken? Als verzorgende heb je de neiging om te zeggen: "Nee, blijf toch zitten, ik ga wel." Terwijl het er juist om gaat dat een bewoner zo veel mogelijk zelf doet.'
Een punt van discussie is de tijdelijkheid van de voorziening. Als bewoners van de Bahreinstraat gaan dwalen, niet meer aan te spreken zijn of niet meer passen in de groep, gaan ze naar de verpleegafdeling. ‘Wij zijn daar realistisch in. Zwaar dementerenden zijn beter af op een verpleegafdeling waar alle faciliteiten bij de hand zijn. Nadelig is dat mensen moeten verhuizen. Maar die periode daarvóór hebben ze dan toch maar mooi meegenomen.'
Ziekenverzorgende Esther van der Stel werkt bij zo'n woongroep in de Bahreinstraat. In het verpleeghuis was ze een beetje afgeknapt op de zorg. Het voelde als fabriekswerk. Esther: ‘Er lagen zes tot acht mensen op één zaal. Door de tijdsdruk leerde ik de mensen niet kennen. De sfeer, de geur, alles ging me tegenstaan. Met mooi weer gingen de tuindeuren open, maar er was geen tijd om even de wijk in te wandelen met een bewoner. Gelukkig zie je gewone verpleeghuizen ook veranderen.
Esther vindt het ideaal zoals ze nu werkt: ‘De sfeer is anders, gemoedelijk. We hebben een uitslaapbeleid. Als de bewoners 's ochtends naar beneden komen, ruikt het naar koffie. We dekken samen de tafel en bespreken de maaltijd. De bewoners kiezen wat ze willen eten. Ik houd in de gaten of het gezond en gevarieerd is. Het huis is leuk ingericht, met eiken meubeltjes, een beetje waar deze generatie van houdt. We kopen planten, er staat een bloemetje op tafel.'
Voor de familie is het volgens Esther wennen als ze op bezoek komen bij hun vader of moeder. Het is geen hotel. ‘Hun ouders zijn hier thuis. De bedoeling is dat familie en ander bezoek zich daar ook naar gedragen. Op familiedagen wordt dat altijd goed uitgelegd.'
Maar de huiselijke sfeer doet de bewoners goed, merkt Esther. ‘Ze zijn rustiger. Fixeren is niet nodig. Iedereen geniet ervan. Als een bewoner wordt opgenomen, is al snel een maatje groter nodig voor de kleding. Al met al voelt het minder als werk. Met mooi weer zit ik met bewoners op een terrasje en dan lach ik bij mezelf: hier word ik nog voor betaald ook.'
Duizendpoten, zo zou je de woongroepmedewerkers kunnen typeren. Heb je in het verpleeghuis verschillende medewerkers voor verschillende diensten; in een groepswoning doe je als verzorgende van alles. Van begeleiden bij schoonmaken en koken tot het invullen van een zinvolle dagbesteding. Daarom zijn moeders zo geschikt om in dit soort projecten te werken, werd onlangs geopperd op een symposium over ‘de integrale medewerker'. Zij hebben die flexibiliteit van huis uit.
Maar er is méér nodig om goed te kunnen draaien op een woongroep, zegt Ben Stoelinga. Hij doet bij het NIZW samen met Martha Talma onderzoek naar de vaardigheden die nodig zijn om kleinschalige zorg te verlenen. Eerst maar eens een misverstand uit de weg ruimen. ‘Kleinschalige zorg is niet makkelijker. Dat hoor je soms wel, omdat er weinig verplegend werk is, en relatief veel huishoudelijk. Maar besef goed dat je vaak alleen staat op een groep. Die verantwoordelijkheid moet je aankunnen. Je moet daarom ook goed kunnen praten over je vak. Want om zelf beslissingen te kunnen nemen, moet je begrijpen waar je mee bezig bent. Wanneer grijp je in? Hoe kun je een negatieve stemming bij een bewoner ombuigen?'
Al die nieuwe vaardigheden zijn volgens Stoelinga goed aan te leren als de motivatie er is. ‘De wil om kleinschalige, warme zorg te leveren, is het allerbelangrijkst. Sommigen stappen erin, omdat ze denken dat het werk makkelijker wordt. Die lopen vast. Anderen zie je helemaal opbloeien, omdat ze het idee hebben dat ze eindelijk goede zorg geven. De vaardigheden die ze nog tekortkomen, leren ze graag bij.'
‘We zitten in een overgangsfase', zegt ziekenverzorgende Stefanie Debaut. Ook zij verleent kleinschalige zorg, bij de Korsakov-afdeling van verpleeghuis 't Gasthuis in Middelburg. Op het oog is het nog een echte verpleegafdeling, met een paar huiskamers en lange gangen. Maar ze proberen kleinschalige zorg te integreren in de zorg. Stefanie: ‘Dat doen we stapje voor stapje. Koken doen we eigenlijk al heel lang samen met de bewoners. De bewoners leven in twee kleine groepen. En sinds kort wassen en strijken we ook zelf op de groep.'
Veranderen is voor deze groep bewoners moeilijk. Maar iedereen heeft een stem en het team heeft veel vrijheid. Stefanie: ‘We komen er altijd wel uit. Alle ideeën zijn uitvoerbaar, als ze maar passen bij kleinschalige zorg. Dat maakt het werk ontzettend leuk.' Uiteindelijk zal de zorg pas echt kleinschalig worden als onze afdeling verhuist naar drie huizen in de binnenstad van Middelburg. In een gewoon huis leven lijkt me voor de bewoners heel prettig. Tegelijkertijd heb ik ook twijfels. Het zijn Korsakov-patiënten. Gaat dat wel goed met z'n zessen in die woonkamer?'
Stefanie heeft een cursus gevolgd. Want als je er alleen voor staat in een huis, is dat toch heel anders werken: ‘Nu kan je als je drie dagen dezelfde bewoner hebt gewassen, de vierde dag zeggen tegen een collega: ik kan het even niet aan. Of je kunt even naar het kantoortje om te overleggen over een bewoner. Dat kan straks niet meer. Je moet met je eigen gevoelens kunnen omgaan. Maar je moet ook anders met collega's samenwerken. Je krijgt minder automatisch feedback. Dat moet je zelf organiseren. Ik weet eerlijk gezegd niet of ik alles even leuk zal vinden in de woongroep. Maar we gaan er gewoon het allerbeste van te maken.'
Over wat goede zorg is, is trouwens het laatste woord nog niet gesproken. Werd in het verpleeghuis oude stijl de zorg misschien te automatisch overgenomen (‘Ik ga u vanmorgen eens lekker wassen'); de slinger kan ook te ver naar de andere kant doorslaan, vindt onderzoeker Stoelinga. ‘Dat zelfredzaamheid wordt opgelegd.'
Voor jezelf zorgen mag volgens Stoelinga niet ten koste gaan van de kwaliteit van het dagelijks leven van de bewoner. 'Tussen alles overnemen en niets doen zitten nog andere mogelijkheden. ‘Als een bewoner nadat hij zichzelf heeft gewassen, nog urenlang is uitgeteld, kan een ander de wasbeurt misschien beter overnemen, zodat de bewoner daarna iets kan ondernemen wat hij graag doet.'
De verschillen op een rijtje
|
Verzorgen oude-stijl verpleeghuis |
Kleinschalig verzorgen |
|
Verzorgende taken staan centraal
|
Behalve verzorgende taken ook begeleidende taken bij huishouden, koken, dagelijkse activiteiten. |
|
Bewoner wordt verzorgd |
Bewoner krijgt begeleiding bij zelfredzaamheid |
|
Huisgewoontes, richtlijnen en wetten geven richting aan je werk |
Meer eigen verantwoordelijkheid; wensen van bewoner geven richting aan je werk |
|
Automatisch commentaar van collega's |
Feedback van collega's moet georganiseerd worden |
|
Min of meer vaste dagindeling |
Veel zelf improviseren
|
|
Naar verhouding meer lichamelijk werk |
Naar verhouding meer geestelijk werk |
| Jouw mening |
Wat vind je ervan dat een 88-jarige 'niet reanimeren' op haar borst laat tatoeëren? |