Twitter  

twitterVolg ons op Twitter, en blijf op de hoogte van het laatste zorgnieuws.

  Naar twitter
Congres  
kwKleinschalig wonen
Op 12 april wordt er een nieuw congres over kleinschalig wonen voor zowel verzorgenden als zorgmanagers gehouden.
  Meer info
Kennisquiz  

Wat weet jij?

  Doe mee..

Werken in een kleinschalige woonvorm voor dementerenden

22 november 2007  
Kleinschalige woonvormen bieden met hun huiselijkheid en persoonlijke benadering veel pluspunten voor de bewoners. Twee verzorgenden over de voor- en nadelen van zo’n werkplek.  Tekst Betty van Wijngaarden

 

Dementerende ouderen zijn een héérlijke doelgroep', vertelt VIG'er Simone Blom van de Wiekslag in Soest, onderdeel van verpleeghuis Daelhoven. ‘In een kleinschalige woonvorm kun je de zorg veel meer afstemmen op individuele wensen. Als een bewoner wil uitslapen, prima. Je hebt hier niet het gevoel dat je in een zorginstelling zit. Door de kleinschaligheid bouw je een veel hechtere band op met bewoners. Vooral als ze nog in een beginfase van dementie zitten.‘ Na ruim vijf jaar kan Simone nog altijd enthousiast vertellen over haar werk in de kleinschalige woonvorm de Wiekslag. ‘Ik ken alle eigenaardigheden van de twaalf bewoners, en kan hier ook veel meer de tijd voor ze nemen.' Voorheen werkte Simone in een regulier verpleeghuis en daarna op een kleinschalige afdeling van een verpleeghuis. ‘Dat heette kleinschalig, maar was toch wel heel anders dan de Wiekslag, hoor. En alle disciplines, zoals arts en fysiotherapeut, en faciliteiten zoals winkeltje, kapsalon en clubjes zaten daar in huis. In de Wiekslag moeten we alles zelf regelen. We zitten hier midden in een woonwijk, dus als de bewoners iets willen, gaan wij of hun familieleden er met ze op uit.'

 

‘Het is een verademing om hier te werken', vertelt Erma van den Berg. Ze werkt als VIG'er op kleinschalige afdeling de Patrijs. Het is onderdeel van het Leendert Meeshuis in Bilthoven, een verpleeghuis met antroposofische signatuur. De Patrijs bestaat net een jaar. ‘Voorheen werkte ik hier op een grote verpleeghuisafdeling. De antroposofische benadering vond ik al een groot verschil maken met vroegere zorginstellingen waar ik heb gewerkt. Daardoor is er op alle fronten meer aandacht voor de bewoners. Maar op de grote afdeling was het altijd druk. Fysiek en mentaal viel het me steeds zwaarder.' Op de Patrijs bevalt het heel goed. ‘Met elf bewoners zitten we in een soort gezinssituatie. Je hebt veel meer tijd voor de mensen. Je staat heel dicht bij de bewoners en zij bij jou. Vanmorgen bijvoorbeeld hadden we door ziekte te weinig personeel. Een bewoonster bood gelijk aan om te helpen met het ontbijt. Dat vind ik bijzonder.'

 

‘De beginperiode was echt pionieren', vertelt Simone over de Wiekslag. ‘Ik had wel eens een soort snuffelstage gelopen bij het Anton Pieckhofje in Haarlem om te kijken hoe zij het deden. Verder hebben we geen speciale opleiding gevolgd, al had iedereen wel de nodige verpleeghuiservaring. Het leuke was dat we zelf een werkstructuur mochten opzetten en budget kregen om bijvoorbeeld meubels aan te schaffen. Voordat we erin gingen, hebben we met alle medewerkers twee dagen het pand schoongemaakt. Vervolgens kregen we in één klap twaalf nieuwe bewoners, verdeeld over twee huiskamers. Dat was heel intensief, want je moest zo snel mogelijk al die nieuwe mensen leren kennen.' Bij de eerste groep bewoners lag de nadruk op begeleiding. ‘Dat verschuift nu steeds meer naar zorg. Want we krijgen meer zwaardere bewoners binnen. Van de allereerste groep is er trouwens nog maar één bewoner over.‘ Niet iedereen is geschikt voor de Wiekslag. Mensen met ernstige gedragsstoornissen, zoals agressief gedrag, zijn hier moeilijk te handhaven. ‘Al gebeurt het zelden dat een bewoner weg gaat. Ons uitgangspunt is dat een bewoner hier zijn laatste levensfase helemaal doorbrengt. Dus ook als hij of zij in de terminale fase extra zorg nodig heeft. Ik vind het heel bijzonder dat wij bewoners in die allerlaatste fase mogen bijstaan.'

 

Ook Erma en haar collega's van de Patrijs hebben vooraf geen speciale opleiding gevolgd. ‘Al zijn we wel naar een symposium over kleinschalige zorg geweest', vertelt ze. In werkgroepjes dachten ze vervolgens na over hoe de afdeling er moest gaan uitzien. Daarbij is gekozen voor een mix van somatische en lichtdementerende bewoners. ‘Van tevoren had ik mijn twijfels of deze mix zou werken, maar in de praktijk gaat dat goed. Lichtdementerenden kunnen vaak nog allerlei praktische dingen doen, zoals aardappelen schillen of opruimen. Terwijl somatische bewoners juist weer sterk zijn in sociale omgang; belangstelling tonen, meeleven. Tussen de bewoners onderling gaat het dan ook heel goed.' Een mooi voorbeeld is de zorgzaamheid van een lichtdementerende bewoonster voor een nieuwe bewoonster die pas haar man had verloren. ‘Ze steunde die nieuwe bewoonster heel eenvoudig in haar verdriet door haar hand vast te houden, te troosten, en er voor haar te zijn. Dat vind ik erg mooi om te zien.'

Van maandag tot en met donderdag wordt er zelf gekookt in de Patrijs. Op overige dagen krijgen ze eten uit de instellingskeuken. ‘Dat is puur praktisch. Koken is leuk, maar neemt ook veel tijd in beslag. Die tijd besteden we op overige dagen aan andere leuke dingen.' Ook de Patrijs is niet geschikt voor iedereen. ‘Doordat wij een beperkt aantal gediplomeerde verzorgenden hebben, kunnen we alleen zorg geven aan lichtdementerende en lichtsomatische bewoners. Als bewoners sterk achteruitgaan, moeten ze verhuizen naar een grotere verpleeghuisafdeling van het Leendert Meeshuis. Zo hadden we laatst een dementerende bewoonster die snel achteruitging. Ze liep steeds naar buiten en ging dan ronddwalen. Wij zijn een open afdeling, dus dat ging niet meer. Uiteindelijk is ze verhuisd naar een andere verpleegafdeling. Dat was beter voor haar. Maar het afscheid van de andere bewoners was wel moeilijk.'

 

Ervaring met dementie heeft Simone de afgelopen vijf jaar volop in de praktijk opgedaan. ‘Mensen komen hier vaak binnen als ze in de beginfase van dementie zitten. Meestal gaat de achteruitgang geleidelijk, maar soms heel snel. Ik kan daar goed mee omgaan. Je weet dat nu eenmaal met dit werk; ik heb nog nooit een dementerende ontmoet die opknapte. Je merkt het aan de manier van praten. Herhaling, twee keer achter elkaar hetzelfde vragen.' Volgens Simone is niet elke verzorgende geschikt voor werken in een kleinschalige woonvorm. ‘Je moet heel zelfstandig zijn en stevig in je schoenen staan. Krijg je te maken met agressie, dan moet je dat samen met je collega zien op te vangen. Als een bewoner ziek is, moet je zelf inschatten of er een dokter nodig is. En als een deurkruk kapot is of de tv gaat stuk, mag je dat zelf oplossen.' Een andere onmisbare eigenschap is geduld. ‘In een verpleeghuis gaan dingen vaak sneller. Bijvoorbeeld als er een rolstoel nodig is voor een bewoner die snel achteruitgaat. Hier duurt dat vaak langer, omdat je moet wachten tot de artsenronde. Dat kan een paar dagen duren. Soms frustreert dat, want wij zien dat die bewoner niet meer mobiel is. Daar moet je tegen kunnen.'

Toch ervaart Simone haar werk niet als een zware last. ‘Dementerenden hebben veel humor. Maar je moet wel goed aanvoelen in welke dementiefase iemand zit, wat er met humor wel kan en wat niet. Iemand die zwaar dement is, vindt het misschien grappig als ik met een luier op mijn hoofd de kamer binnenkom. Maar een lichtdementerende bewoner zou dat kwetsend kunnen vinden. Toch lachen we wat af met elkaar. Bijvoorbeeld met een bewoner die heel voorovergebogen loopt door de ziekte van Parkinson. 's Morgens bij het aankleden, als je hem zijn trui aandoet, zeg ik dan: "Waar is uw hoofd nou gebleven?". En hij zegt: "Aan de bovenkant." En vervolgens heeft hij veel pret om zijn eigen grapje. Dan straalt hij gewoon.'

 

Erma beaamt dat het werk in een kleinschalige woonvorm niet alleen maar leuk is. ‘Je moet zelfstandig kunnen werken. Voorheen zat ik in een groot team. Nu beginnen we 's morgens met z'n tweeën. En op sommige momenten van de dag sta je er alleen voor. Al kunnen we bij calamiteiten wel altijd iemand anders uit het huis laten komen. Maar als je te weinig medewerkers hebt, moet je het in principe zelf zien op te lossen.' Een andere belangrijk eigenschap is volgens Erma dat je kunt werken met je handen op je rug. ‘Je moet bewoners niet alles uit handen nemen omdat dat sneller gaat. Dus stimuleer je ze om zoveel mogelijk zelf te doen.'

 

Ergernissen komen overal voor, dus ook in kleinschalige woonvormen. ‘Sommige karakters van bewoners botsen', vertelt Simone. ‘Je grijpt niet bij elk klein dingetje in, maar als het oploopt halen we die bewoners uit elkaar. Dan laat je een aan de ene kant van de tafel laten eten en de ander aan de andere kant. Of je neemt een bewoner mee uit de huiskamer en loopt even een rondje. Vervolgens keer je terug in de huiskamer en maakt een nieuwe start. Dementerende mensen vergeten vaak sneller, bij irritaties is dat een voordeel. Je bent in dit werk creatief met niks. De oplossing zit vaak in kleine dingen. En soms denk je een oplossing te hebben gevonden voor bepaalde problemen of onrustig gedrag. Vervolgens komt de bewoner in een nieuwe dementiefase en mag je weer wat nieuws verzinnen. Maar dat houdt dit werk afwisselend.'

 

‘In het begin probeerde ik alles vóór te zijn', zegt Erma. ‘Als er tussen de bewoners een stilte viel in het gesprek, ging ik dat opvullen. Maar ik heb geleerd dat je dingen soms moet laten gebeuren. Anders gaan bewoners voortdurend van je verwachten dat jij dingen invult. Sommige zaken proberen we wel in goede banen te leiden. Bijvoorbeeld als een bewoner die de vieze vaat terugzet in de kast, of met zijn vingers de tafel gaat poetsen. Dat geeft ergernissen. Zoiets voorkom je door mee te lopen en te zeggen "zet de vaat daar maar neer", of door tijdig een vaatdoekje te geven. Als iemand steeds hetzelfde verhaal vertelt of flauwe grapjes maakt, probeer je begrip te kweken bij de andere bewoners. Hij of zij kan daar immers niets aan doen. Maar je moet ook niet alles vóór willen zijn. Je bent als verzorgende te gast in het huis van de bewoners.'

 

Hoe de toekomst er voor Simone gaat uitzien, vindt ze moeilijk in te schatten. ‘Ik vind dit heerlijk werk om te doen. Maar of ik dit over vijf of tien jaar nog steeds doe, weet ik niet. Dat is vooral afhankelijk of ik het fysiek nog aankan. Maar voorlopig zie ik het me nog wel doen.'

‘Laatst zei een bewoonster tegen me dat ik de juiste vrouw op de juiste plek ben', vertelt Erma. ‘Zo voelt het ook. Of ik het over vijf jaar nog steeds leuk vind, of dat het een sleur wordt, dat weet ik niet. Maar voorlopig heb ik het heel erg naar mijn zin. Soms vragen collega's aan me: "Kan ik alvast een plekje op de Patrijs reserveren voor later?". Gekkigheid natuurlijk. Maar eigenlijk gun je iedereen zo'n oude dag. Als je dan toch iets mankeert en hulp nodig hebt, dan toch het liefst in een kleinschalige woonvorm.'

 

 

Populariteit neemt snel toe

Zo'n negen jaar geleden ontstonden de eerste kleinschalige woonvormen, zoals het Anton Pieckhofje in Haarlem. Eind 2003 ging het om 57 projecten, die plaats bieden aan 1346 dementerenden. De verwachting van het Kenniscentrum Wonen-Zorg is, dat dit aantal in 2007 is gestegen tot meer dan honderd, met plaats voor ongeveer 4 duizend dementerenden. De doorgaans acht à tien bewoners van een kleinschalige woonvorm hebben elk een eigen kamer. Daarnaast is er een gezamenlijke huiskamer en keuken. Het dagelijks leven in de kleinschalige woonvorm benadert zoveel mogelijk een gewoon huishouden. Verzorgenden doen de dagelijkse begeleiding en verzorging van de bewoners. Daarnaast runnen ze het huishouden. Waar mogelijk betrekken ze de bewoners bij het koken, boodschappen doen of de planten water geven. Maar ook is er tijd voor een gesprekje of voorlezen.

 

 

WWW

www.leendertmeeshuis.nl 

(kleinschalige woonvorm de Patrijs maakt hier onderdeel van uit)

www.daelhoven.nl 

(kleinschalige woonvorm de Wiekslag maakt hier onderdeel van uit)

www.kenniscentrumwonenzorg.nl 

(kenniscentrum wonen en zorg van Arcares en Aedes, hier vind je ook een lijst met alle kleinschalige woonvormen voor dementerenden)

www.devpg.nl 

(vereniging voor psychogeriatrie)

www.wonenmetdementie.nl 

(Stichting wonen met dementie) 


  Terug naar overzicht
 

 

 


 
Laatste 5 reacties
 
  10-02-2012 Hallo, ik heb in 1976 ...     09-02-2012 Hoezo heeft een parttimer meer ...     09-02-2012 Juist de fulltimer vragen en ...     08-02-2012 Ik heb collega's die altijd ...     07-02-2012 Heel herkenbaar, sommige collega's zijn ...    


Jouw mening
 

Wat vind je ervan dat een 88-jarige 'niet reanimeren' op haar borst laat tatoeëren?

Stem
Naar overzicht

© Reed Business BV. Auteursrechten voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing:
Privacy Statement | Gebruikersvoorwaarden | Colofon | Abonneren op nieuwsbrief | Abonneren | Contact