Ontvang fikse
korting op
een abonnement op Tijdschrift voor Verzorgenden én een gratis boek.
Vraag-gerichte zorg? Dit boek geeft praktische tips, voorbeelden en ideeën om beter aan de individuele vraag van cliënten te voldoen.
Wat weet jij?
De ene na de andere organisatie opent kleinschalige wooneenheden of is op zijn minst van plan ze te gaan bouwen. Veel mensen zien een intieme gezinsstructuur als ideale woonvorm. Maar dat is niet altijd terecht. Er zijn bijvoorbeeld bewoners die het benauwd krijgen in een kleine groep van zes mensen. Behalve bij bepaalde bewoners past kleinschalig wonen ook niet bij elke medewerker. Sommige medewerkers functioneren perfect in een traditioneel verpleeg- of verzorgingshuis. Maar ze zouden zich ongelukkig voelen in een kleinschalige woongroep.
Wat maakt nu voor de medewerkers kleinschalig wonen tot een succes of een ramp. Welke factoren spelen daarbij een rol? Je kunt hier zelf checken of werken in een kleinschalige woonvorm voor jou tot een succes of ramp leidt. Daarvoor vul je eerst onderstaande vragenlijst in. Vervolgens ga je na in hoeverre jouw visie op zorg en ondersteuning parallel loopt met de visie daarop in een kleinschalige woonvorm. Ten slotte vind je aan het eind van dit artikel een schema om tot je eigen conclusie te komen.
Zelftest
Hieronder staan steeds twee uitspraken. Omcirkel bij elk tweetal steeds de uitspraak aan die het meest kenmerkend voor je is.
1 Ik hou van improviseren
2 Ik wil graag duidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden
3 Ik werk het liefst alleen
4 Ik werk het liefst samen met anderen
5 Ik vertrouw op mijn collega's
6 Ik pak taken het liefst zelf op, dan weet ik zeker dat het gebeurt
7 Van fouten leer je
8 Fouten probeer ik zoveel mogelijk te vermijden, ik ben tenslotte een professional
9 Huishoudelijke werkzaamheden bieden veel mogelijkheden tot contact
10 Huishoudelijk werk vind ik niet bij mijn vak horen
11 Ik vind het een uitdaging bewoners zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren
12 Ik haal veel voldoening uit het zorgen voor bewoners
13 De omstandigheden zijn bepalend voor wat ik doe
14 Afspraak is afspraak
15 Het is mijn uitgangspunt dat bewoners zelf keuzes maken
16 Het is noodzakelijk bewoners te behoeden voor het maken van verkeerde keuzes
Tel het aantal oneven antwoorden bij elkaar op en het aantal even antwoorden.
Heb je zes of meer oneven antwoorden, dan sluit jouw profiel heel goed aan bij kleinschalig wonen. Heb je zes of meer even antwoorden, dan kost het jou moeite om je draai te vinden in kleinschalig wonen.
Betekent de uitslag van deze test dat je per definitie wel of niet geschikt bent voor kleinschalig wonen? Nee, zeer zeker niet. Of kleinschalig wonen voor jou een succes of ramp is hangt van een aantal factoren af.
In de eerste plaats is het belangrijk dat je inziet dat er een fundamenteel verschil is met werken in een traditioneel verpleeg- of verzorgingshuis. Nuanceverschillen ontbreken in onderstaand schema en de toelichting. Dit om het onderscheid scherp neer te zetten.
|
|
Oud |
Nieuw |
|
Doel |
cliënt is lichamelijk goed verzorgd |
cliënt voert regie over eigen leven |
|
Kader |
medische en lichamelijke verzorging |
werken aan wel-zijn |
|
Relatie |
verzorging en behandeling zingeving |
beleving, regievoering |
|
Begeleidingswijze |
cliënten plaatsen in vooropgezette, vaste situaties |
met cliënten kansrijke situaties realiseren door creatief gebruik van omgevingsfactoren |
|
Omvang |
grote groepen |
kleine groepen tot maximaal acht cliënten |
|
Sturing |
vanuit het instituut |
vanuit de cliënt
|
|
Cultuur |
op medewerker gericht |
op de cliënt gericht |
|
Organisatie |
grootschalig met sterke normering |
kleinschalig met veel flexibiliteit |
|
Wijze van leiden |
opdrachten, instructies |
coachen en zelfsturing |
|
Werkbeleving |
routine, klussen, productgericht |
afwisseling, plezier, procesgericht |
|
Samenwerking |
sterk gescheiden disciplines, overnemend "schoenmaker blijf bij je leest" |
integraal functioneren, overlappend, lerend van elkaar |
|
Kernvaardigheid |
technisch verzorgend |
communicatief invoelend en afstemmend |
|
Appèl op |
lichamelijke arbeid |
geestelijke arbeid |
|
Levenssferen |
wonen en activiteiten los van elkaar |
activiteiten en wonen onlosmakelijk met elkaar verbonden |
|
Voorwaarden |
beheren, heldere opdrachten, controle |
kleinschalig denken en organiseren, overlaten |
|
Bestuursniveau |
grootschalig organiseren |
verantwoording achteraf |
De verschillen tussen de traditionele instelling en de kleinschalige wooneenheid vragen een heel andere manier van werken dan je gewend bent. In de oude situatie is het gewoon om de dag te beginnen met collegiaal overleg, waarbij je onderling de taken verdeelt. Of je gaat meteen aan de slag en weet van tevoren al precies wat je gaat doen. Je bent gewend om in de eerste plaats aan taken en werkzaamheden te denken. Hoe meer meetbare taken je hebt uitgevoerd en afgerond, des te beter je dag is. Zijn de bewoners gewassen en netjes aangekleed in de huiskamer en is de boel aan kant? Dan ben je tevreden, want het belangrijkste werk is klaar. Samen met collega's voer je het werk uit en je kunt op elkaar terugvallen. Tussendoor kun je met elkaar overleggen. In de oude situatie bepaal jij samen met je collega's grotendeels wat er gebeurt, jij hebt de regie.
Bij kleinschalig wonen is de manier van werken heel anders. Wanneer je 's ochtends om zeven uur binnenkomt heb je een overdracht met een collega en vervolgens sta je er in de meeste gevallen alleen voor. Een verschil met de traditionele situatie is dat niet de taken centraal staan maar de bewoners, die bepaalde wensen en behoeftes hebben. Het is niet de bedoeling dat de bewoner zich aanpast aan jouw tempo en jouw waarden en normen. De insteek is dat jij de bewoner volgt. Dat klinkt vrij simpel, maar in de praktijk is dat niet zo makkelijk. Want wat doe je nu precies aan het begin van de dag? Ga je de bewoners wassen en uit bed halen of "mogen" ze blijven liggen?
De eerste valkuil komen we hier al meteen tegen. Bovenstaande vraag vinden we heel gewoon. Toch is het eigenlijk een heel rare vraag. Wanneer jij jezelf de vraag stelt of de bewoners mogen blijven liggen, dan heb je het over jóuw norm. Jij bepaalt blijkbaar wat de bewoner wel of niet mag.
Waarschijnlijk zeg je regelmatig op een dag "u mag". Bijvoorbeeld in zinnetjes als "u mag naar de huiskamer", "u mag over tien minuten naar het toilet" en "u mag daar wel gaan zitten".
Maar we gebruiken het woord "mogen" veel te vaak in de verkeerde zin, namelijk om een ander toestemming te geven. Om een ander te zeggen wat wel en niet mag.
We zouden het woord "mogen" veel meer moeten gebruiken om toestemming te vragen. Om aan de ander te vragen wat wel en niet mag. Bijvoorbeeld: "mag ik met u meelopen?"of "Vindt u het goed dat ik u hierbij help?"
Uit onderzoek is gebleken dat autonoom gedrag van ouderen afneemt naarmate ze langer in een verpleeg- of verzorgingshuis wonen. De eerste dag zeggen ze "ik ga naar mijn kamer" of "ik wil naar mijn kamer". Na een paar dagen vragen ze: "Wilt u mij naar mijn kamer brengen?"en na drie weken vragen ze "mag ik naar mijn kamer?"
Bij kleinschalig wonen volg je de bewoner, en is het niet zo dat jij alles bepaalt. Een mens is een gewoontedier en doet veel dingen "vanzelf", zonder erbij na te denken. Wanneer je van de traditionele verpleeghuiszorg overstapt naar kleinschalig wonen, is het belangrijk een aantal automatismen los te laten. Dan helpt het om jezelf bij alles wat je doet voortdurend de volgende vragen te stellen:
Neem een bewoner die van een borreltje houdt. Zeg ik dan dat eentje wel genoeg is? Of laat ik de bewoner dat zelf bepalen? De zorgcoördinator van een kleinschalige woning in Leeuwarden vertelde dat hij bij de bakker een lekkere banketstaaf had gekocht. Hij had een drukke dag gehad en was laat naar bed gegaan. En terwijl hij in bed lag moest hij aan die banketstaaf denken. Hij had er vreselijk veel zin in en is opgestaan om er lekker van te snoepen. Dat kon hij gewoon doen, want hij woont alleen en was in zijn eigen huis. Niemand die er wat van zegt.
Maar wat doe je als mevrouw De Jong 's nachts opstaat om een boterham met pindakaas te smeren. Zeg je dan "nee, mevrouw De Jong. Dat doen wij hier niet. Straks om acht uur gaan we eten. Gaat u nu maar weer naar bed"? Wie ben jij dan om dat te zeggen?
En ondertussen is het nog steeds zeven uur en sta je aan het begin van je werkdag. Hoe die dag eruit gaat zien is niet bekend. Er is waarschijnlijk wel een zekere structuur en er zal wel een bepaald ritme zijn. Maar het is niet de bedoeling dat al precies vaststaat wat je allemaal gaat doen en wanneer, want elke dag is anders.
Diezelfde zorgcoördinator uit Leeuwarden vertelde dat er grote verschillen tussen de bewoners zijn. Onder andere wat de geloofsovertuiging betreft. Mevrouw Melchers is katholiek en gewend naar de kerkdienst te gaan. Een paar weken geleden voelde ze zich niet zo lekker en toen kon ze er niet naartoe. In overleg is toen besloten om in de huiskamer naar de katholieke kerkdienst op de televisie te kijken. En een paar niet-katholieke bewoners keken ook mee en genoten daarvan. Het was een plezierige ochtend voor iedereen.
Maar dat betekent niet dat het volgende week weer gebeurt, omdat het zo geslaagd was. Het is niet de bedoeling hier nu een vaste regel van te maken. En dat geldt voor bijna alles.
De regel voor kleinschalig wonen is dus: zo weinig mogelijk regels. Want voor je het weet zit je weer in de structuur van het verpleeghuis. Bij een grootschalige organisatie met veel mensen heb je nu eenmaal meer regels nodig dan in een kleinschalige setting. Elke dag is anders. Dus vandaag ga je met de bewoners pannenkoeken bakken en morgen eet je boerenkoolstamppot. Volgende week maak je een uitstapje en haal je nasi bij de chinees. En over een maand maak je weer een uitstapje, maar dan kook je soep.
De meest succesvolle teams bestaan grotendeels uit mensen die een profiel hebben dat aansluit bij de oneven antwoorden van de test aan het begin van dit artikel. Dat is gebleken tijdens het introduceren en verder professionaliseren van kleinschalig wonen, waarbij trainingsbureau Cerein diverse organisaties ondersteuning biedt. In een groot scholingstraject voor achttien teams van één organisatie zie je grote verschillen tussen de teams en de bewonersgroepen.
Binnen een succesvol team is sprake van open communicatie en hebben de medewerkers vertrouwen in elkaar. Bij sommige teams is dat onderlinge vertrouwen er niet of veel minder. Die teams hebben het veel moeilijker. Soms is het terecht dat het vertrouwen niet groot is, bijvoorbeeld omdat sommige teamleden hun werk niet goed doen. In andere gevallen komt het voort uit onzekerheid. Vanuit die onzekerheid komen teams snel in een vicieuze cirkel terecht. Veel medewerkers willen dan regels en afspraken maken om problemen op te lossen. Bijvoorbeeld het probleem dat het strijkgoed steeds blijft liggen. Dan komt er een afspraak dat de nachtdienst daar verantwoordelijk voor is. Maar dan gebeurt het een keer dat het strijkgoed er de volgende ochtend nog ligt. De collega die 's morgens begint, ergert zich daar dood aan. Maar deze collega zegt niets en de collega die om drie uur begint verbaast zich erover dat het strijkgoed niet is weggewerkt. Beide collega's gaan mopperen op de nachtdienst die de afspraken niet nakomt. Wat deze collega's niet weten, is dat de nachtdienst niet heeft gestreken omdat mevrouw Van Vliet een heel onrustige nacht had en meneer Helmink heel angstig was geweest. Daar had ze haar handen vol aan.
Nog twee tips voor open communicatie en goede samenwerking:
1 Als je het idee hebt dat een collega de kantjes ervan af loopt, ga dan met deze collega in gesprek en roddel niet achter haar rug
2 Wanneer je weet dat ze een goede collega is, ga er dan vanuit dat ze een goede reden gehad zal hebben om het niet te doen. Roep niet iedereen voortdurend ter verantwoording.
Is kleinschalig wonen iets voor mij ook al wees mijn score er niet op?
|
Factoren |
Succes |
Ramp |
|
Visie |
Ik sta open voor de visie op kleinschalig wonen |
De visie op kleinschalig wonen spreekt mij totaal niet aan |
|
Leren en veranderen |
Leren is een uitdaging Ik ben bereid oude patronen los te laten |
Ik wil vasthouden aan mijn vertrouwde manier van werken, omdat ik me daar goed bij voel |
|
Zelfstandigheid |
Ik durf het aan om zelfstandig te (leren) werken |
Ik kan en/of wil niet alleen werken |
|
Vakgebied |
Taken buiten mijn eigen vakgebied kunnen een meerwaarde hebben voor mijn werkplezier |
Ik heb niet voor niks mijn vak gekozen en ik wil geen andere taken uitvoeren en/of ik haal daar geen enkele voldoening uit |
Wanneer de succesfactoren jouw opvattingen weergeven, dan kan kleinschalig wonen voor jou een uitstekende werkplek zijn. Herken jij jezelf in één of meer rampfactoren, dan is kleinschalig wonen voor jou geen aantrekkelijke keuze. In een regulier verpleeg- of verzorgingshuis kom jij veel meer tot je recht. Het is veel beter om je kwaliteiten daar in te zetten in plaats van je ongelukkig voelen in een werkomgeving die niet bij je past.
Heb je het na het lezen van dit artikel het gevoel dat werken in een kleinschalige woonvorm nieuwe kansen biedt, dan is dit voor jou een prachtige uitdaging. Het is een mogelijkheid om een nieuwe dimensie aan je werk toe te voegen.
Marijke de Blaauw is adviseur en trainer bij trainingsbureau Cerein.
| Jouw mening |
Hoe vaak besteed jij aandacht aan de seksualiteit van je cliënt? |
Met het warme weer zweet je meer. Maar wat doe je als een collega een hinderlijke lucht verspreidt?