Zomeractie  

zomerOntvang fikse

korting op

een abonnement op Tijdschrift voor Verzorgenden én een gratis boek.

  Meer info
Congres  

kleinschalig wonen

Spijker je kennis bij over kleinschalig wonen.

 

  Meer info
Boek van de maand  

De vraag centraalVraag-gerichte zorg? Dit boek geeft praktische tips, voorbeelden en ideeën om beter aan de individuele vraag van cliënten te voldoen.

  Meer info
Kennisquiz  

Wat weet jij?

  Doe mee..

Ben jij geschikt voor kleinschalig wonen?

22 november 2007  
Is kleinschalig wonen wel zo ideaal als het lijkt? Je krijgt de indruk dat kleinschalig wonen voor iedereen geschikt is, maar dat geldt beslist niet voor iedereen, beweert Marijke de Blaauw, adviseur en trainer bij trainingsbureau Cerein. Lees hier of werken in een kleinschalige wooneenheid iets voor jou is.  

Tekst Marijke de Blaauw

 

De ene na de andere organisatie opent kleinschalige wooneenheden of is op zijn minst van plan ze te gaan bouwen. Veel mensen zien een intieme gezinsstructuur als ideale woonvorm. Maar dat is niet altijd terecht. Er zijn bijvoorbeeld bewoners die het benauwd krijgen in een kleine groep van zes mensen. Behalve bij bepaalde bewoners past kleinschalig wonen ook niet bij elke medewerker. Sommige medewerkers functioneren perfect in een traditioneel verpleeg- of verzorgingshuis. Maar ze zouden zich ongelukkig voelen in een kleinschalige woongroep.

Wat maakt nu voor de medewerkers kleinschalig wonen tot een succes of een ramp. Welke factoren spelen daarbij een rol? Je kunt hier zelf checken of werken in een kleinschalige woonvorm voor jou tot een succes of ramp leidt. Daarvoor vul je eerst onderstaande vragenlijst in. Vervolgens ga je na in hoeverre jouw visie op zorg en ondersteuning parallel loopt met de visie daarop in een kleinschalige woonvorm. Ten slotte vind je aan het eind van dit artikel een schema om tot je eigen conclusie te komen.

 

Zelftest

Hieronder staan steeds twee uitspraken. Omcirkel bij elk tweetal steeds de uitspraak aan die het meest kenmerkend voor je is.

 

1 Ik hou van improviseren

2 Ik wil graag duidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden

 

3 Ik werk het liefst alleen

4 Ik werk het liefst samen met anderen

 

5 Ik vertrouw op mijn collega's

6 Ik pak taken het liefst zelf op, dan weet ik zeker dat het gebeurt

 

7 Van fouten leer je

8 Fouten probeer ik zoveel mogelijk te vermijden, ik ben tenslotte een professional

 

9 Huishoudelijke werkzaamheden bieden veel mogelijkheden tot contact

10 Huishoudelijk werk vind ik niet bij mijn vak horen

 

11 Ik vind het een uitdaging bewoners zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren

12 Ik haal veel voldoening uit het zorgen voor bewoners

 

13 De omstandigheden zijn bepalend voor wat ik doe

14 Afspraak is afspraak

 

15 Het is mijn uitgangspunt dat bewoners zelf keuzes maken

16 Het is noodzakelijk bewoners te behoeden voor het maken van verkeerde keuzes

 

Tel het aantal oneven antwoorden bij elkaar op en het aantal even antwoorden.

Heb je zes of meer oneven antwoorden, dan sluit jouw profiel heel goed aan bij kleinschalig wonen. Heb je zes of meer even antwoorden, dan kost het jou moeite om je draai te vinden in kleinschalig wonen.

 

Betekent de uitslag van deze test dat je per definitie wel of niet geschikt bent voor kleinschalig wonen? Nee, zeer zeker niet. Of kleinschalig wonen voor jou een succes of ramp is hangt van een aantal factoren af.

 

In de eerste plaats is het belangrijk dat je inziet dat er een fundamenteel verschil is met werken in een traditioneel verpleeg- of verzorgingshuis. Nuanceverschillen ontbreken in onderstaand schema en de toelichting. Dit om het onderscheid scherp neer te zetten.

 

 

Oud

Nieuw

Doel

cliënt is lichamelijk goed verzorgd

cliënt voert regie over eigen leven

Kader

medische en lichamelijke verzorging

werken aan wel-zijn

Relatie

verzorging en behandeling zingeving

beleving, regievoering

Begeleidingswijze

cliënten plaatsen in vooropgezette, vaste situaties

met cliënten kansrijke situaties realiseren door creatief gebruik van omgevingsfactoren

Omvang

grote groepen

kleine groepen tot maximaal acht cliënten

Sturing

vanuit het instituut

vanuit de cliënt

 

Cultuur

op medewerker gericht

op de cliënt gericht

Organisatie

grootschalig met sterke normering

kleinschalig met veel flexibiliteit

Wijze van leiden

opdrachten, instructies

coachen en zelfsturing

Werkbeleving

routine, klussen, productgericht

afwisseling, plezier, procesgericht

Samenwerking

sterk gescheiden disciplines, overnemend

"schoenmaker blijf bij je leest"

integraal functioneren, overlappend, lerend van elkaar

Kernvaardigheid

technisch verzorgend

communicatief invoelend en afstemmend

Appèl op

lichamelijke arbeid

geestelijke arbeid

Levenssferen

wonen en activiteiten los van elkaar

activiteiten en wonen onlosmakelijk met elkaar verbonden

Voorwaarden

beheren, heldere opdrachten, controle

kleinschalig denken en organiseren, overlaten

Bestuursniveau

grootschalig organiseren

verantwoording achteraf

 

De verschillen tussen de traditionele instelling en de kleinschalige wooneenheid vragen een heel andere manier van werken dan je gewend bent. In de oude situatie is het gewoon om de dag te beginnen met collegiaal overleg, waarbij je onderling de taken verdeelt. Of je gaat meteen aan de slag en weet van tevoren al precies wat je gaat doen. Je bent gewend om in de eerste plaats aan taken en werkzaamheden te denken. Hoe meer meetbare taken je hebt uitgevoerd en afgerond, des te beter je dag is. Zijn de bewoners gewassen en netjes aangekleed in de huiskamer en is de boel aan kant? Dan ben je tevreden, want het belangrijkste werk is klaar. Samen met collega's voer je het werk uit en je kunt op elkaar terugvallen. Tussendoor kun je met elkaar overleggen. In de oude situatie bepaal jij samen met je collega's grotendeels wat er gebeurt, jij hebt de regie.

Bij kleinschalig wonen is de manier van werken heel anders. Wanneer je 's ochtends om zeven uur binnenkomt heb je een overdracht met een collega en vervolgens sta je er in de meeste gevallen alleen voor. Een verschil met de traditionele situatie is dat niet de taken centraal staan maar de bewoners, die bepaalde wensen en behoeftes hebben. Het is niet de bedoeling dat de bewoner zich aanpast aan jouw tempo en jouw waarden en normen. De insteek is dat jij de bewoner volgt. Dat klinkt vrij simpel, maar in de praktijk is dat niet zo makkelijk. Want wat doe je nu precies aan het begin van de dag? Ga je de bewoners wassen en uit bed halen of "mogen" ze blijven liggen?

 

De eerste valkuil komen we hier al meteen tegen. Bovenstaande vraag vinden we heel gewoon. Toch is het eigenlijk een heel rare vraag. Wanneer jij jezelf de vraag stelt of de bewoners mogen blijven liggen, dan heb je het over jóuw norm. Jij bepaalt blijkbaar wat de bewoner wel of niet mag.

Waarschijnlijk zeg je regelmatig op een dag "u mag". Bijvoorbeeld in zinnetjes als "u mag naar de huiskamer", "u mag over tien minuten naar het toilet" en "u mag daar wel gaan zitten".

Maar we gebruiken het woord "mogen" veel te vaak in de verkeerde zin, namelijk om een ander toestemming te geven. Om een ander te zeggen wat wel en niet mag.

We zouden het woord "mogen" veel meer moeten gebruiken om toestemming te vragen. Om aan de ander te vragen wat wel en niet mag. Bijvoorbeeld: "mag ik met u meelopen?"of  "Vindt u het goed dat ik u hierbij help?"

Uit onderzoek is gebleken dat autonoom gedrag van ouderen afneemt naarmate ze langer in een verpleeg- of verzorgingshuis wonen. De eerste dag zeggen ze "ik ga naar mijn kamer" of "ik wil naar mijn kamer". Na een paar dagen vragen ze: "Wilt u mij naar mijn kamer brengen?"en na drie weken vragen ze "mag ik naar mijn kamer?"

 

Bij kleinschalig wonen volg je de bewoner, en is het niet zo dat jij alles bepaalt. Een mens is een gewoontedier en doet veel dingen "vanzelf", zonder erbij na te denken. Wanneer je van de traditionele verpleeghuiszorg overstapt naar kleinschalig wonen, is het belangrijk een aantal automatismen los te laten. Dan helpt het om jezelf bij alles wat je doet voortdurend de volgende vragen te stellen:

  • Waarom doe ik wat ik doe?
  • Volg ik mijn norm of die van de bewoner?
  • Hoe zou ik het vinden om toestemming te moeten vragen bij dingen die ik wil doen?

Neem een bewoner die van een borreltje houdt. Zeg ik dan dat eentje wel genoeg is? Of laat ik de bewoner dat zelf bepalen? De zorgcoördinator van een kleinschalige woning in Leeuwarden vertelde dat hij bij de bakker een lekkere banketstaaf had gekocht. Hij had een drukke dag gehad en was laat naar bed gegaan. En terwijl hij in bed lag moest hij aan die banketstaaf denken. Hij had er vreselijk veel zin in en is opgestaan om er lekker van te snoepen. Dat kon hij gewoon doen, want hij woont alleen en was in zijn eigen huis. Niemand die er wat van zegt.

Maar wat doe je als mevrouw De Jong 's nachts opstaat om een boterham met pindakaas te smeren. Zeg je dan "nee, mevrouw De Jong. Dat doen wij hier niet. Straks om acht uur gaan we eten. Gaat u nu maar weer naar bed"? Wie ben jij dan om dat te zeggen?

 

En ondertussen is het nog steeds zeven uur en sta je aan het begin van je werkdag. Hoe die dag eruit gaat zien is niet bekend. Er is waarschijnlijk wel een zekere structuur en er zal wel een bepaald ritme zijn. Maar het is niet de bedoeling dat al precies vaststaat wat je allemaal gaat doen en wanneer, want elke dag is anders.

Diezelfde zorgcoördinator uit Leeuwarden vertelde dat er grote verschillen tussen de bewoners zijn. Onder andere wat de geloofsovertuiging betreft. Mevrouw Melchers is katholiek en gewend naar de kerkdienst te gaan. Een paar weken geleden voelde ze zich niet zo lekker en toen kon ze er niet naartoe. In overleg is toen besloten om in de huiskamer naar de  katholieke kerkdienst op de televisie te kijken. En een paar niet-katholieke bewoners keken ook mee en genoten daarvan. Het was een plezierige ochtend voor iedereen.

Maar dat betekent niet dat het volgende week weer gebeurt, omdat het zo geslaagd was. Het is niet de bedoeling hier nu een vaste regel van te maken. En dat geldt voor bijna alles.

De regel voor kleinschalig wonen is dus: zo weinig mogelijk regels. Want voor je het weet zit je weer in de structuur van het verpleeghuis. Bij een grootschalige organisatie met veel mensen heb je nu eenmaal meer regels nodig dan in een kleinschalige setting. Elke dag is anders. Dus vandaag ga je met de bewoners pannenkoeken bakken en morgen eet je boerenkoolstamppot. Volgende week maak je een uitstapje en haal je nasi bij de chinees. En over een maand maak je weer een uitstapje, maar dan kook je soep.

 

De meest succesvolle teams bestaan grotendeels uit mensen die een profiel hebben dat aansluit bij de oneven antwoorden van de test aan het begin van dit artikel. Dat is gebleken tijdens het introduceren en verder professionaliseren van kleinschalig wonen, waarbij trainingsbureau Cerein diverse organisaties ondersteuning biedt. In een groot scholingstraject voor achttien teams van één organisatie zie je grote verschillen tussen de teams en de bewonersgroepen.

Binnen een succesvol team is sprake van open communicatie en hebben de medewerkers vertrouwen in elkaar. Bij sommige teams is dat onderlinge vertrouwen er niet of veel minder. Die teams hebben het veel moeilijker. Soms is het terecht dat het vertrouwen niet groot is, bijvoorbeeld omdat sommige teamleden hun werk niet goed doen. In andere gevallen komt het voort uit onzekerheid. Vanuit die onzekerheid komen teams snel in een vicieuze cirkel terecht. Veel medewerkers willen dan regels en afspraken maken om problemen op te lossen. Bijvoorbeeld het probleem dat het strijkgoed steeds blijft liggen. Dan komt er een afspraak dat de nachtdienst daar verantwoordelijk voor is. Maar dan gebeurt het een keer dat het strijkgoed er de volgende ochtend nog ligt. De collega die 's morgens begint, ergert zich daar dood aan. Maar deze collega zegt niets en de collega die om drie uur begint verbaast zich erover dat het strijkgoed niet is weggewerkt. Beide collega's gaan mopperen op de nachtdienst die de afspraken niet nakomt. Wat deze collega's niet weten, is dat de nachtdienst niet heeft gestreken omdat mevrouw Van Vliet een heel onrustige nacht had en meneer Helmink heel angstig was geweest. Daar had ze haar handen vol aan.

 

Nog twee tips voor open communicatie en goede samenwerking:

1 Als je het idee hebt dat een collega de kantjes ervan af loopt, ga dan met deze collega in gesprek en roddel niet achter haar rug

2 Wanneer je weet dat ze een goede collega is, ga er dan vanuit dat ze een goede reden gehad zal hebben om het niet te doen. Roep niet iedereen voortdurend ter verantwoording.

 

Is kleinschalig wonen iets voor mij ook al wees mijn score er niet op?

 

Factoren

Succes

Ramp

Visie

Ik sta open voor de visie op kleinschalig wonen

De visie op kleinschalig wonen spreekt mij totaal niet aan

Leren en veranderen

Leren is een uitdaging

Ik ben bereid oude patronen los te laten

Ik wil vasthouden aan mijn vertrouwde manier van werken, omdat ik me daar goed bij voel

Zelfstandigheid

Ik durf het aan om zelfstandig te (leren) werken

Ik kan en/of wil niet alleen werken

Vakgebied

Taken buiten mijn eigen vakgebied kunnen een meerwaarde hebben voor mijn werkplezier

Ik heb niet voor niks mijn vak gekozen en ik wil geen andere taken uitvoeren en/of ik haal daar geen enkele voldoening uit

 

Wanneer de succesfactoren jouw opvattingen weergeven, dan kan kleinschalig wonen voor jou een uitstekende werkplek zijn. Herken jij jezelf in één of meer rampfactoren, dan is kleinschalig wonen voor jou geen aantrekkelijke keuze. In een regulier verpleeg- of verzorgingshuis kom jij veel meer tot je recht. Het is veel beter om je kwaliteiten daar in te zetten in plaats van je ongelukkig voelen in een werkomgeving die niet bij je past.

Heb je het na het lezen van dit artikel het gevoel dat werken in een kleinschalige woonvorm nieuwe kansen biedt, dan is dit voor jou een prachtige uitdaging.  Het is een mogelijkheid om een nieuwe dimensie aan je werk toe te voegen.

 

Marijke de Blaauw is adviseur en trainer bij trainingsbureau Cerein.


  Terug naar overzicht
 

 
Laatste 5 reacties
 
  29-07-2010 Allereerst wil ik Frances feliciteren ...     28-07-2010 Foutje in vorige bericht: Het ...     28-07-2010 Ik heb gewerkt voor een ...     28-07-2010 Volledig mee eens met de ...     28-07-2010 Elke organisatie moet de CAO ...    
TVV e-mail nieuwsbrief  

InternetMeld je

aan voor

de gratis TVV-nieuwsbrief en blijf op de hoogte van al het nieuws en de vele leuke acties voor verzorgenden!  

  Meld je nu aan



Filmpje van de week  

Filmpje van de week Meneer Veltmaat mag zijn pony meenemen naar het verzorgingshuis.

  Bekijk het filmpje
Jouw mening
 

Hoe vaak besteed jij aandacht aan de seksualiteit van je cliënt?

Stem
Naar overzicht
Zweet Zweet  
transpiratielucht_tips_collega'sMet het warme weer zweet je meer. Maar wat doe je als een collega een hinderlijke lucht verspreidt?
  Tips van collega's

© Reed Business BV. Auteursrechten voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing:
Privacy Statement | Gebruikersvoorwaarden | Colofon | Abonneren op nieuwsbrief | Abonneren | Contact