Kleinschalig wonen
Dit meldt de Inspectie voor de gezondheidszorg in haar rapport 'Chronische beademing vereist betere afstemming'.
Scholing verzorgenden
De IGZ constateert ondermeer dat zorgverleners niet altijd over voldoende kennis beschikken om veilig met de apparatuur te kunnen werken. De verzorgenden en andere zorgverleners worden bij het starten van de beademing weliswaar grondig geschoold door de Centra voor Thuisbeademing (CTB), maar het gebeurt toch vaak dat er uiteindelijk verzorgenden, of verpleegkundigen bij de cliënt komen die de scholing niet of nog niet hebben gevolgd. De instellingen en zorgverleners zelf wijten dit vooral aan het hoge personeelsverloop.
Hulp mantelzorger
Wanneer een cliënt wordt overgeplaatst naar een andere woonvorm of instelling, dan moet het personeel op de nieuwe locatie vaak nog geschoold worden. Het is geen uitzondering dat een instelling dan de hulp van een mantelzorger inroept die wel ervaring heeft met de apparatuur, zo bleek uit de interviews die de inspectie hield met 13 patiënten en hun mantelzorgers, verzorgenden en andere zorgverleners.
Alarmering
De geïnterviewde cliënten, verzorgenden, verpleegkundigen en artsen noemen verscheidene gevaarlijke situaties die zij hebben meegemaakt. Deze hebben vaak betrekking op het alarmeringssysteem. Dit heeft te maken met een combinatie van techniek en menselijk handelen: als er bijvoorbeeld een kabel breekt of een zorgverlener vergeet het alarm op het systeem aan te sluiten, dan geeft het systeem niet altijd een waarschuwing. Verzorgenden die dit niet weten, kunnen hierdoor het idee hebben dat zij de patiënt bewaken via het oproepsysteem, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval is. Ook komt het voor dat een patiënt door verslechtering van zijn toestand niet meer in staat is om een noodoproep te geven op de afgesproken manier. Dit wordt niet altijd tijdig geconstateerd.
Hygiëne
Cliënten die thuis of in het verpleeghuis worden beademd, maken zich zorgen over de hygiëne bij het dagelijks onderhoud van de apparatuur door mantelzorgers en verzorgenden. Dit laat volgens hen soms te wensen over. Het betreft onder andere het reinigen van de apparatuur zelf, het schoonmaken van de slangen en het legen en reinigen van het opvangreservoir voor sputum.
Verantwoordelijkheid
Een belangrijk punt waarover de inspectie zich zorgen maakt is, dat er geen duidelijkheid is over de verantwoordelijkheid. Bij thuiszorgcliënten voeren verzorgenden voorbehouden handelingen uit op grond van veelal door huisartsen geschreven uitvoeringsverzoeken. De huisartsen zijn echter minder deskundig in de thuisbeademing dan de CTB-artsen. Binnen het CTB wordt dan ook gediscusieerd over wie deze verzoeken nu zou moeten schrijven.
Meldingen
Beademing thuis, in een verpleeghuis of verzorgingshuis wordt op dit moment toegepast bij zo'n 2000 voornamelijk thuiszorgcliënten. In de periode september 2006 - februari 2009 zijn er elf meldingen over thuisbeademing binnengekomen bij de IGZ. Bij negen meldingen ging het om een incident, waarvan zes met dodelijke afloop. De overige twee betroffen een signaal en een klacht. Uit een analyse blijkt dat de oorzaken vooral lagen in een onvoldoende afstemming tussen zorgverleners, het onderschatten van de zorgzwaarte, in gebrek aan deskundigheid over de dagelijkse zorg en door technisch falen van de apparatuur.
Bron: Inspectie voor de gezondheidszorg
Auteur: redactie TvVonline - Esther van Heeswijk
Zie ook:
| Jouw mening |
Wat vind je ervan dat een 88-jarige 'niet reanimeren' op haar borst laat tatoeëren? |